Vrijdag 1 juni – de Verlichting

20.15 uur – Grote kerk, Kerstraat 32, Velp

De Verlichting

Het was de tijd van de dichters Goethe en Schiller, die de ‘Sturm und Drang’-episode inluidde, maar ook van de filosoof Jean-Jacques Rousseau met zijn nieuwe visie op de mens. Tegen deze achtergrond ontstonden de kwartetten op. 20 van Joseph Haydn. Werkzaam op het slot Eszterházy in Hongarije, waar de omstandigheden voor musici zwaar waren, componeerde Haydn zes strijkkwartetten in een nieuwe stijl die hem later de titel Vader van het Strijkkwartet zou opleveren. De historische betekenis van deze kwartetten kan niet overschat worden. Goethe omschreef het als ‘een conversatie tussen vier weldenkende mensen’. Haydns techniek van het componeren van vier gelijkwaardige stemmen en een perfecte balans tussen vorm en expressie gold nog lange tijd als basis voor vele componisten.

Beethoven componeerde zijn duo voor altviool en cello in de herfst van 1796. Hij had in die periode een aantal aristocratische vrienden om zich heen die hem bij tijd en wijle adviseerden. Aan een van hen, cellist baron Smetzkall, droeg hij zijn duo – waarin hij zelf altviool speelde – op, met de bijnaam Mit zwei obligaten Augengläsern. (Een referentie aan het feit dat zowel Beethoven als Smetzkall een bril moesten dragen om de muziek te lezen.) Het duet heeft twee delen met volstrekt gelijkwaardige stemvoering, een allegro en een menuet.

Verklärte Nacht is een symfonisch gedicht voor strijksextet, gecomponeerd in 1899 door Arnold Schönberg en bewerkt voor strijkorkest in 1917. Schönberg reviseerde deze versie nogmaals in 1943. Het werk is gebaseerd op het gelijknamige gedicht van Richard Dehmel. Een gedicht uit dit werk is de basis voor de muziek: een gesprek tussen twee verliefde mensen waarbij de vrouw een kind verwacht van een andere man. Waarom Schönberg dit gedicht nam – zijn vrouw Mathilde was in ieder geval niet zwanger van een andere man – is niet duidelijk. In navolging van de Tsjechische componist Smetana in zijn eerste strijkkwartet (‘Uit mijn leven’ 1876), verbond Schönberg programmamuziek met kamermuziek. Dehmels gedicht en ‘Verklärte Nacht’ hebben vijf in elkaar overlopende delen. De compositie volgt de opbouw van het gedicht. Het tweede deel verklankt de bekentenis van de vrouw over haar zwangerschap en het vierde de begripvolle reactie van de man. De gewaagde harmonieën, de fantasie van de klankcombinaties en de aan Tristan en Isolde van Richard Wagner herinnerende chromatiek in dit werk staan ver van de toen gebruikelijke klanktaal. Het stuk had een moeilijke start. De première, door het Rosé Quartet in januari 1902 in Wenen, veroorzaakte onbegrip bij het publiek. De première in Berlijn, in oktober 1902, kreeg ook hevige negatieve kritiek.

Ruysdael Kwartet
Pierre Doumenge, cello
Hannah Strijbosch, altviool

Strijkkwartet op. 20/3 – Joseph Haydn
Duet ‘Mit zwei obligaten Augengläsern’, WoO 32 – Ludwig van Beethoven

Pauze
Verklärte Nacht op. 4 – Arnold Schönberg Declamatie: Eugène Terwindt